
300–400 g Rosario-worstjes, in stukjes gesneden
350–400 g pasta (bijv. rigatoni, fusilli of linguine)
2 courgettes, in halve plakjes
2 tenen knoflook, fijngehakt
1 grote of 2 kleine sjalotten, gesnipperd
10–12 zongedroogde tomaten op olie, in reepjes
2 el tomatenpuree
100 ml witte wijn (of een flinke scheut water)
2 el olie van de zongedroogde tomaten (of olijfolie)
Zout en peper
Geraspte Parmezaanse kaas (optioneel)
Verse basilicum en handje pijnboompitten om af te maken
Worstjes uitbakken
Verhit 1 el olie in een grote koekenpan of hapjespan en bak de stukjes Rosario-worst in 6–8 minuten goudbruin en krokant. Schep uit de pan en zet opzij.
Sjalot en knoflook fruiten
Voeg indien nodig nog een beetje olie toe aan de pan en fruit de sjalotten en knoflook 1–2 minuten op laag vuur.
Courgette en saus
Voeg de courgette toe en bak deze in 6–8 minuten goudbruin en beetgaar. Voeg de tomatenpuree toe, bak kort mee, en blus dan af met witte wijn of water. Laat even inkoken.
Zongedroogde tomaten toevoegen
Roer de reepjes zongedroogde tomaat door de saus. Breng op smaak met zout en peper.
Pasta koken
Kook ondertussen de pasta al dente in ruim gezouten water. Giet af, maar bewaar een kopje kookvocht.
Alles samenbrengen
Voeg de gebakken worstjes en pasta toe aan de saus. Voeg wat kookvocht toe om alles mooi te laten binden. Roer goed door.
Serveren
Verdeel over de borden en garneer met Parmezaanse kaas, een handje geroosterde pijnboompitten en verse basilicum.